Traditioneel onderwijs onderzoekt nieuwe manieren om te leren

Dit artikel is geschreven voor José Cuperus, hoofddocent en opleidingscoördinator van de masteropleiding Sport- en Beweeginnovatie verbonden aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen & Vincent Wiegel, co-founder van New Engineers en is daarnaast als lector betrokken bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Taco Hettema, Chief Technology Officer @Vijfhart deelt dit artikel, omdat het onderwerp ‘zoeken naar nieuwe vormen van leren en onderwijs’ ook voor Vijfhart erg actueel is. #Samengroeien.

Het Crossing Educational Bordersproject

In het Crossing Educational Bordersproject werken verschillende onderwijsinstellingen samen aan de ontwikkeling van gepersonaliseerd leren in groepen. Tijdens het project worden grenzen in leeftijd, disciplines, kennisbronnen, werk en school losgelaten en wordt gezocht naar nieuwe vormen van leren en onderwijs die passen bij deze tijd.

Het aanbod van informatie en kennis groeit exponentieel en wordt steeds beter toegankelijk. Iedereen kan met openbare informatie mogelijke medische oplossingen bedenken, net als Jack Andraka en Angela Zhang, of met oplossingen voor milieuproblemen komen, zoals Boyan Slat. Onze economie is al lang kennisgedreven en dat wordt steeds sterker. Jongeren én volwassenen moeten daarom gebruik leren maken van vervagende grenzen tussen verschillende disciplines en kennisbronnen om zo creatieve oplossingen te vinden voor complexe maatschappelijke vraagstukken. Het Crossing Educational Bordersproject (hierna CEB-project) richt zich op die ontwikkeling. Tijdens het project staan het aanleren van 21e eeuwse vaardigheden centraal waarmee in de kennissamenleving de weg gevonden kan worden om samen met anderen tot oplossingen te komen die niet eerder waren voorzien. Dat betekent dat gedurende het CEB-project grenzen in leeftijd, disciplines, kennisbronnen, werk en school ter discussie worden gesteld en gezocht wordt naar nieuwe vormen van leren en onderwijs, weg van de smalle, vaak cognitieve benadering van leren. Het CEB-project onderzoekt in het bijzonder handvatten om gepersonaliseerd leren in groepen vorm te geven.

Rollen en vaardigheden

Doel van het CEB-project is om in multidisciplinaire teams, waarin scholieren, studenten en werkenden samen een team vormen, nieuwe oplossingen te bedenken en die vervolgens toe te passen in de praktijk. Zo leren de teamleden van en met elkaar, doen ze inhoudelijke kennis op en ontwikkelen ze zich tot professionals van de toekomst. Elk teamlid heeft een eigen rol in het team, bijvoorbeeld die van projectleider, veranderaar of onderzoeker. De rollen worden verdeeld op basis van vaardigheden. Dat vraagt van teamleden in ieder geval ontwikkeling in de volgende skills:

  • Het vermogen hun rol zelf mede vorm te geven (job crafting);
  • Zelfsturing;
  • Sterke interpersoonlijke vaardigheden;
  • Het vermogen om nieuwe verbanden te zien;
  • Ondernemerschap;
  • Creatieve en analytische vaardigheden;
  • Snel kunnen beoordelen van informatie en informatiebronnen.

Juist deze vaardigheden zijn belangrijk voor mensen om zich (verder) te ontwikkelen in deze snel veranderende tijd. Studenten én werkenden worden zo beter voorbereid op nog niet bestaande beroepen in de toekomst; immers met bovenstaande vaardigheden kunnen ze adaptief reageren op de dynamiek van continue verandering. Ze blijven leren en zijn in staat hun eigen (net)werk te creëren dat past bij de maatschappelijke behoefte van dat moment. Zo kunnen zij gedurende hun loopbaan actief blijven deelnemen aan het arbeidsproces en omgaan met de verschuiving van baanzekerheid naar werkzekerheid. De kans dat mensen langs de zijlijn komen te staan doordat hun kennis is achterhaald, wordt geminimaliseerd en de arbeidsparticipatie blijft hoog.

Opzet CEB-project

Het CEB-project heeft de ambitie om het onderwijs verticaal (vo-hbo met zowel studenten als docenten) te verbinden en verbinding te maken tussen werkenden, studenten en docenten. Daarmee overstijgt CEB twee schotten, namelijk tussen voorgezet onderwijs en vervolgonderwijs, en tussen school en werk. Juist in de mix van verschillende leeftijdsgroepen en in de interactie tussen studerenden en werkenden ontstaat een rijke leerruimte (learning space) waarin vaardigheden ontwikkeld worden die in homogene groepen niet ontstaan. De mengeling van studerenden en werkenden, waarin iedereen weer lerende is, inclusief de docenten, zorgt voor praktijk- en tijdsrelevante vragen en kennis. Daardoor wordt de leerervaring intenser, rijker, actueler en relevanter. Hoewel tijdens het CEB-project het schot tussen experts/docenten en leerlingen/studenten niet geslecht is, is het wel poreuzer gemaakt omdat onder het adagium ‘iedereen leert’ er een zekere gelijkschakeling plaatsvindt. Elke student heeft zijn eigen leerstrategie, (voor)kennis en ervaring. De eerste stap die CEB neemt, is het gezamenlijk ontwerpen van de learning space waardoor er zowel voor een ieder individueel als voor de groep een plek is. Een learning space is, kort geformuleerd, een ruimte om tot leren te komen. In die ruimte wordt gezamenlijk bepaald binnen welk kader, op welke manier en onder welke voorwaarden de deelnemers willen leren. Ook wordt vastgesteld welke hulp zij hierbij nodig hebben. Een technologisch-maatschappelijk vraagstuk is input voor de learning space. Binnen deze ruimte ervaren deelnemers de noodzaak tot het ontwikkelen van nieuwe 21e eeuwse vaardigheden. Het is een vorm van group-based learning waarbij de deelnemers alleen door samen te werken aan oplossingen kunnen werken.

Aan het CEB-project hebben de volgende organisaties en deelnemers samengewerkt: New Engineers (procesbegeleider en -aanvrager), Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (procesbegeleider en -aanvrager, twee derdejaarsstudenten, één vierdejaarsstudent, één docent), Scholengemeenschap Quadraam (vijf havo-4 leerlingen en twee docenten), Overbetuwe College Bemmel (twee vwo-5 leerlingen en twee docenten), FieldLab Industriële Robotica (twee robotica-experts) en EBM Bruil Beton (drie medewerkers).

De casus

Het CEB-project heeft een praktijkcasus behandeld die ingebracht is door EBM Bruil Beton. Dit bedrijf houdt zich bezig met cementgebonden oplossingen voor de woning- en utiliteitsbouw. De bouwsector staat bekend als grootverbruiker van primaire grondstoffen. Het bouwproces is complex en het materiaalgebruik is inefficiënt. Bruil wil dit graag veranderen. Door digitalisering ontstaan volgens het bedrijf nieuwe mogelijkheden om klanten sneller, eenvoudiger en op maat te bedienen. En dat met zo min mogelijk gebruik van primaire grondstoffen. Het vraagstuk waar de CEB-deelnemers zich over gebogen hebben, hield in dat een manier gevonden moest worden hoe het bedrijf robotisering kan inzetten om bovenstaande doelen te realiseren.
Als eerste heeft het CEB-team zich gebogen over het ontwerp van de learning space:

  1. Introduceren van group based learning, voorafgaand aan het eigenlijke ontwerp van de learning space.
  2. De deelnemers kiezen een reëel technologisch-maatschappelijk vraagstuk dat het uitgangspunt vormt voor het te ontwikkelen programma.
  3. Alle teamleden bepalen samen wat ze de komende jaren aan kennis en vaardigheden moeten ontwikkelen. Dit gebeurt in een workshop op basis van de innovatieve didactische Vision Backcasting methode (ontleend aan de KaosPilot, Aarhus Denenmarken & Simon Kavanagh, zie ook het praktische artikel in deze editie van OnderwijsInnovatie).
  4. Alle betrokkenen geven de inhoud van het programma vorm in co-creatie. Samen selecteren ze de relevante specifieke vaardigheden, naast de set die eerder is genoemd, voor het vraagstuk en de specifieke groei.

Vervolgens zijn de teamleden aan de slag gegaan met het ontwikkelen van het (studie)materiaal:

  1. Experts en deelnemers ontwikkelen samen inhoudelijk het materiaal voor de learning space inclusief de bijbehorende didactiek.
  2. Gezamenlijk worden fysieke en digitale ruimtes gekozen die passen bij het vraagstuk en de wijze van leren. Deze ruimtes zijn dus niet de traditionele vier muren met een dak, maar de plek waar kennis, inspiratie en vragen samen komen.

Daarna verschoof de aandacht naar de uitvoering van het onderwijs:

  1. In de gecreëerde learning space verwerven de lerende samen vaardigheden en kennis die nodig is om het vraagstuk te kunnen oplossen.
  2. De leerlingen, studenten en werkenden realiseren concrete oplossingen die met de betrokkenen, gebruikers, stakeholders worden besproken en getest.
  3. Alle lerende zijn betrokken bij continue reflectie op het groepsproces en geven gezamenlijk betekenis aan wat er gebeurt.
Projectuitvoer

Voordat het CEB-project van start ging, zijn er twee voorbereidende bijeenkomsten met docenten en experts van het FieldLab Industriële Robotica georganiseerd, dit om hen mee te nemen in de opzet van het experiment en het gezamenlijk bepalen van de kaders. Na de werving van studenten, leerlingen en het vinden van een bedrijf met een vraagstuk op het gebied van robotisering heeft de eerste groepsbijeenkomst plaatsgevonden voor het ontwerpen van de learning space. Daarna vond een sessie plaats bij het bedrijf waar de deelnemers een opzet gemaakt hebben voor het tweedaagse programma voor het oplossen van het vraagstuk (Vision Backcasting). Elke deelnemer heeft op basis van het ontwerp zijn/haar eigen leerdoelen geformuleerd op welke vaardigheden, kennis en houdingsaspecten ze concreet iets wilden leren. Het ontwerp uit de Vision Backcastingsessie is vervolgens vertaald naar een gedetailleerdere uitwerking met de vormgeving van beide dagen.

Tijdens de eerste dag werkten de deelnemers via een theoretisch kader (Robotiseringscanvas, R. Grasmeijer) dat handvatten geeft hoe met het vraagstuk om te gaan, in drie subgroepen: de procesgroep onderzocht waar robotisering het meest toegevoegde waarde heeft, de technisch/mechanische groep zocht naar passende robot-technologie en hoe de samenwerking met medewerkers kan worden ingericht, en de integratiegroep zorgde ervoor dat het Robotiseringscanvas binnen twee dagen was ingevuld, inclusief een advies aan de directie van Bruil.

De tweede dag vond plaats in het FieldLab Industriële Robotica en startte met een resume van de vorige dag. Daarna gingen de groepen opnieuw aan het werk, maar nu met meer afstemming onderling tussen de groepen. Verder hield een aantal deelnemers zich bezig met het programmeren van een industriële robot die de uitsparingen in het beton zou kunnen maken. De laatste uren werden besteed aan het maken van een samenvatting in de vorm van het ingevulde Robotiseringscanvas. Deze werd vervolgens omgezet naar de presentatie aan de Bruildirectie.

Lessons Learned

Vanuit elke fase van het project zijn vele lessen te trekken. In de publicaties die volgen zullen deze uitgebreider beschreven worden. Maar hierbij alvast een aantal van de belangrijkste lessen:

  • Het gezamenlijk ontwerpen van het programma via de methodiek Vision Backcasting creëert eigenaarschap, intrinsieke motivatie bij alle deelnemers en verbindt direct al de verschillende groepen deelnemers met elkaar voordat het ‘eigenlijke’ onderwijs is gestart.
  • De leeromgevingen (de fabriek en het FieldLab Industriële Robotica) waar ‘geleerd’ werd, zorgden voor veel inspiratie en motivatie bij de deelnemers. Tegelijkertijd waren ze ook noodzakelijk voor deze manier en vorm van leren.
  • Alle deelnemers geven aan veel geleerd te hebben, al vindt een deel van hen het moeilijk om onder woorden te brengen wát dan precies geleerd is.
  • De observatoren hebben veel 21e eeuw vaardigheden gezien die nodig waren om succesvol met elkaar te werken. Deze vaardigheden zijn voorwaardelijk om boundary crossingmogelijk te maken.
  • Voor de docenten was het ingewikkeld om op verschillende niveaus mee te doen in het experiment. Zij leerden hoe je dit soort leeromgevingen creëert/ontwerpt en waren tegelijkertijd deelnemer in het experiment (waarbij van hen verwacht werd dat ze hun rol als docent los zouden laten).
  • Het blijft lastig hoe het geleerde ‘gevangen’ kan worden. De observatoren zagen dat de deelnemers stapjes en stappen hebben gezet in de ontwikkeling richting hun eigen leerdoelen en op andere vlakken. Maar voor de deelnemers zelf was het moeilijk om in zo’n korte tijd te kunnen reflecteren en expliciteren wat het hen exact heeft opgeleverd.
  • De vermenging van praktijk en school leverde een extra uitdaging op. De praktijk en de nieuwe onderwijsvorm vragen dat het geleerde ook tot concrete resultaten leidt. Het gaat immers niet om een theoretische casus. Dat maakte het leren actueel en zette alles op scherp. Het leidde ook tot een dilemma: reflectie en stilstaan bij het leerproces of doorgaan om een resultaat te bereiken. De scope van het vraagstuk en de omvang van de leertijd moeten daartoe in verhouding zijn.

Het CEB-project is succesvol gelopen waarbij veel geleerd is over het ontwerpen en inrichten van dit soort onderwijs innovatieve processen. Het heeft alle betrokkenen doen beseffen hoe we nog aan het begin staan in het creëren van alternatieve leerruimtes, de kanteling van traditioneel onderwijs naar leren en ontwikkelen en het slechten van de grenzen tussen school en werk. Desalniettemin geloven de procesbegeleiders in deze aanpak. Zij blijven zich inzetten voor de transitie die noodzakelijk is in het onderwijs om mensen op te leiden voor de toekomst.

Taco Hettema

Taco Hettema, Chief Technology Officer @Vijfhart

Onderwerpen
Actieve filters: Wis alle filters
Loading...
PRIVACY VOORWAARDEN

Jouw persoonsgegevens worden opgenomen in onze beschermde database en worden niet aan derden verstrekt. Je stemt hiermee in dat wij jou van onze aanbiedingen op de hoogte houden. In al onze correspondentie zit een afmeldmogelijkheid