De taal van het programmeren

Onlangs werd mij gevraagd stukjes code te schrijven in enkele programmeertalen, in “moeilijke” of “makkelijke” vorm. Dat bracht mij even in verwarring. Want wat betekent het eigenlijk om makkelijk of moeilijk te zijn als programmeertaal?

Een taal is nodig om iets duidelijk te kunnen maken, en om te kunnen communiceren. Als je een programmeertaal beschouwt als “een taal”, wie is dan eigenlijk het beoogde publiek? Als je daarover nadenkt merk je al snel dat programmeertalen een meerledig doel hebben, hetgeen misschien verklaart waarom het lastig is om goed te leren programmeren.

Het belangrijkste doel van een programmeertaal is om de computer instructies te kunnen geven. Talen als Java, Javascript en Python hebben allemaal de basisingrediënten om de computer uit te leggen wat er moet gebeuren. Informatie kan worden bewaard in variabelen, en later weer worden uitgelezen. Delen van het programma kunnen naar wens worden herhaald. We kunnen uitleggen wanneer iets wel of wanneer iets juist niet dient te worden uitgevoerd. De computer heeft geen moeite om die instructies te begrijpen, die voert precies uit wat we opdragen. Alleen blijkt soms dat we iets anders hebben gevraagd dan we eigenlijk hadden bedoeld.

Voor een beginnende programmeur kan “moeilijk” betekenen dat het lastig is om het doel van het programma te vertalen naar de verschillende instructies die ervoor nodig zijn. Maar oefening baart kunst, na verloop van tijd zal het programmeren steeds makkelijker gaan. En dan zal bijvoorbeeld blijken dat de gebruikte instructies, ofwel de code van het programma, best wat korter kunnen om het beoogde doel te bereiken.

Later zal echter blijken dat de taal nog een doel heeft: ook andere programmeurs moeten de gebruikte instructies kunnen lezen en begrijpen. De programmeertaal is niet alleen bedoeld om de computer iets duidelijk te maken. Elke programmeertaal kent zelfs zoiets als “commentaar”, wat door de computer zelf zal worden genegeerd, en alleen bedoeld is om meer informatie te geven aan de persoon die het programma leest. Behalve het gebruik van commentaar zijn er diverse richtlijnen die helpen om de code van het programma leesbaar te houden. Denk daarbij aan het gebruik van duidelijke namen, en het netjes onder elkaar uitlijnen van bij elkaar horende instructies. Als andere programmeurs je code goed kunnen begrijpen, zal het eenvoudiger zijn om later aanpassingen of verbeteringen aan te brengen.

Wat uiteindelijk als “begrijpelijke taal” kan worden gezien hangt ook af van wie ermee gaat werken. De ene persoon is nou eenmaal meer vertrouwd met een taal dan de ander. Dat kan aanleiding zijn om de taal zelf te vereenvoudigen. Libraries zijn verzamelingen objecten en functies die kunnen helpen om complexe taken met behulp van eenvoudige instructies uit te voeren. Op een hoger niveau kunnen meerdere libraries, en instructies om daarmee om te gaan, worden samengevoegd in een framework.

Welke programmeertaal je ook gebruikt, uiteindelijk is het de bedoeling dat de boodschap overkomt. Niet alleen voor de computer, ook voor je collega’s.

Herken jij de programmeertalen in de onderstaande video?

Geschreven door: Marko Draisma, trainer bij Vijfhart

Onderwerpen
Actieve filters: Wis alle filters
Pageloader
PRIVACY VOORWAARDEN

Jouw persoonsgegevens worden opgenomen in onze beschermde database en worden niet aan derden verstrekt. Je stemt hiermee in dat wij jou van onze aanbiedingen op de hoogte houden. In al onze correspondentie zit een afmeldmogelijkheid