De programmeertaal C++ is gebaseerd op de taal C, met als belangrijkste verschil dat C++ ondersteuning biedt voor object-georiënteerd programmeren. De object-georiënteerde manier van werken biedt voordelen bij softwareprojecten die te groot zijn om door één programmeur te worden overzien. De voordelen liggen op het gebied van hergebruik en onderhoudbaarheid van code.
C++ biedt een uitstekende doorgroeimogelijkheid voor C-programmeurs. De syntax is rechtstreeks afgeleid van ISO/ANSI C en vastgelegd in de ISO/ANSI C++ standaard. Behalve de syntax van de taal wordt hierin ook een standaard bibliotheek vastgelegd. Daarin zit een groot aantal basisonderdelen, zoals een string class, container classes, algoritmen en lokalisatie-mogelijkheden. In de cursus wordt uitgegaan van deze standaard.
In de eerste twee dagen van de cursus komen achtereenvolgens de begrippen data-abstractie met het C++ class-concept, inheritance en dynamic binding uitgebreid aan bod.
De derde dag is gewijd aan operator overloading en de faciliteiten van de object-georiënteerde I/O-bibliotheek.
De laatste dag komen templates en exception handling aan de orde. Ook wordt ingegaan op STL, het belangrijkste onderdeel van de C++-bibliotheek.
De C++-bibliotheek wordt gedurende de cursus niet volledig uitgediept: het lesboek en het dictaat zijn verplicht nastudie-materiaal.